Het vrouwenoproer van Culemborg in 1650

Elke Culemborger weet dat zijn bijnaam Blauwlap is, maar waarom kunnen de meesten niet vertellen. De carnavalsvereniging heet ‘De Blauwlappen’ en dat is heel toepasselijk. De naam dateert al uit 1650, toen hier in de stad het vrouwen- of meeloproer uitbrak. Deze gebeurtenis verliep zo hevig dat  het tijdschrift de ‘Hollandtse Mercurius’ er aandacht aan schonk en zo treft men tussen het wereldnieuws een relaas aan over een groot oproer in Culemborg.

tekst: Yvonne Jacobs

Graaf George Frederik
In het onafhankelijke graafschap Culemborg regeerde in die tijd een tak van het huis Waldeck. George Frederik van Waldeck-Pyrmont verwierf in de Europese geschiedenis van de zeventiende eeuw grote vermaardheid als maarschalk en staatsman. Het dagelijks bewind over het graafschap werd gevoerd door een college van drie grafelijke raden, dat zijn zetel had op het kasteel. Het bestuur over het stadje was in handen van de drossaard, de rechter en de magistraat. De laatste bestond uit twee burgemeesters en zes schepenen.

blauwlappen

foto: Hannah Rood

Koren op de molen van de Molenmeester
De stad bezat drie molens van de grafelijke domeinen. In de tijd waarin ons verhaal zich afspeelt, was er één pachter: de Molenmeester, die alle drie de molens exploiteerde. De burgers en inwoners van de stad waren volgens het oude recht van molendwang verplicht hun koren op deze molens te laten malen. Men bracht van oudsher zijn koren naar de molen en bleef daar wachten tot men het gemalen terug kreeg. De molenaar ontving zijn maalloon in natura: het zogenaamde mulster, dat hij uit de zakken schepte. Dit bedroeg hier een zestiende deel. Bij de molens werd ook de stedelijke accijns op het gemaal geïnd.

Klachten en fraude
Nu was er reeds geruime tijd door burgers en bakkers bij de magistraat geklaagd, dat de molenaars het mulster te ruim schepten. Bovendien vond de magistraat het ongewenst dat de molenknechts bij de burgers in de stad koren om te malen ophaalden. Dit werkte  fraude in de hand bij de inning van de accijns op het gemaal.

De Molenkar
Om deze redenen vond de magistraat het raadzaam om een molenkar op te richten en te verpachten tot profijt van de stad. Iedereen moest zijn koren meegeven aan de molenkar. Het koren werd in speciale huisjes gewogen en als het meel van de molen kwam werd het weer gewogen en daarna thuis gebracht. De burgers moesten wel een stuiver per schepel betalen voor de moeite en arbeid. Op 30 april liet de magistraat afkondigen dat de molenkar in mei zou gaan rijden. Door deze publicatie, die op 3mei ten overstaan van de drost en de voltallige magistraat op de pui van het stadhuis werd afgekondigd, is waarschijnlijk olie in het vuur gegoten: terstond rees er verzet.

Drost dreigt met arrestatie
Volgens het officiële verbaal zou na de afkondiging een vrouw ‘levende van de Armen’ ten aanhoren van de hele wereld tegen de publicatie geprotesteerd hebben en geroepen hebbende dat ze dit niet na zo komen. Toen de drost dreigde dat hij haar vast zouden zetten kwam ze echter de trappen van het stadhuis op en liet zich arresteren. De drost zag dat de vrouwen de koppen bij elkaar staken en overlegden. De drost ontbood terstond de officieren van de burgerschutterij en droeg ze op om met hun manschappen het stadhuis te verdedigen. Er kwam geen man

Luid protest en een smekende drost
Inmiddels waren de vrouwen in beweging gekomen. Vanuit de Nieuwstad en de Havendijk kwamen zij  aangemarcheerd met hun blauwe schorten aan een stok gebonden als vaandels en ketels als trommels en zij trokken als een compagnie naar het stadhuis. Zij riepen dat zij de gearresteerde vrouw terug wilden hebben. Toen er niet werd gereageerd koelden zij hun woede op het gebouw met stenen. Geen ruit bleef er heel. De schout en de drost zagen zich genoodzaakt een veilig heenkomen te zoeken in het klokkentorentje. Na enige tijd kwam de drost met gevouwen handen smeken of zij wilden ophouden. Hij zou hen de vrouw teruggeven en het malen van het koren zou weer als vanouds geschieden. Geen molenkar dus. Toen hielden zij op en de vrouw kwam vrij. Al dansend gingen zij naar de Nieuwstad terug.

Altijd een blauwlap
Het is aan deze gebeurtenis te danken dat de inwoners van Culemborg hun bijnaam ‘blauwlappen ‘ te danken hebben. Helaas kwam de graaf half augustus terug in de stad met zijn manschappen. Hij liet oproerkraaiers arresteren, ook de vrouw, en de molenkar werd weer ingesteld.