Over de vraag of mensen wel eens ten onrechte denken dat een dijkgraaf van adel is, is hij helder. “Toen ik dijkgraaf werd hebben we er thuis wel grapjes over gemaakt met de kinderen. ‘Zijn wij nu ook jonkheer en jonkvrouw?’ maar mensen vergissen zich eigenlijk nooit.” Roelof Bleker is dijkgraaf van het waterschap Rivierenland en daarmee dus het ‘bestuurlijk eindverantwoordelijk gezicht van het waterschap’.

De functie van dijkgraaf is niet uniek, er zijn er nog zo’n 21 in Nederland, ieder waterschap heeft er eentje. Het waterschap Rivierenland is groot, het beslaat het gebied tussen de grote rivieren, van pakweg van Arnhem tot aan Dordrecht. Er werken zo’n 900 mensen bij het waterschap om dat gebied waarin ongeveer één miljoen mensen wonen, te beheren.

Tekst: Erwin Fisser

Het geduld van de bestuurder
Voor een bestuurder is dat enorme uitdaging, je hebt te maken met meerdere gemeentebesturen, meerdere provincies, meerdere zogenaamde veiligheidsregio’s en dan natuurlijk nog het ministerie en Rijkswaterstaat. Om over samenwerkingen met andere waterschappen en organisaties nog maar te zwijgen. Toch maakt Roelof niet bepaald de indruk dat hij een vergadertijger is. Hij heeft een stevige handdruk, praat ontspannen en trekt halverwege het gesprek zijn jasje uit. Hier zit iemand die er plezier in heeft om dingen voor elkaar te krijgen. En als daar veel voor overlegd moet worden, dan heeft hij daarvoor het geduld van de bestuurder.

Direct contact met de bewoners
Hiervoor was hij wethouder in Enschede. Mist hij het directe contact met de bewoners niet? “Ja, ik heb nu meer afstand tot de mensen,” geeft Roelof meteen toe, “Dat mis ik wel. Maar ik probeer zoveel mogelijk contact te houden. Door zelf ook educatie te geven. En door mensen te betrekken bij ons werk.” Betrokkenheid bij wat waterschappen doen is een grote uitdaging vertelt hij; “Het meest wat wij doen gebeurt achter de schermen. Mensen denken er niet bij na, gaan er van uit dat het geregeld is. Sommige dijkgraven zeggen ook wel gekscherend ‘geef ons dagelijks brood en af en toe een watersnood’”. Pas wanneer het water heel hoog, of heel laag staat worden mensen zich bewust van het nut van het waterschap. In ons Rivierengebied wordt er in de komende jaren door dit waterschap  voor een miljard geïnvesteerd om Nederland veilig te houden. “Als de alpensneeuw smelt, in een periode met veel regen, dan moet dat water toch door ons gebied naar de zee.”

Van efficiëntie naar participatie
Het waterschap werkt er hard aan om de betrokkenheid van de burgers te vergroten. Roelof signaleert dat mensen het zijn afgeleerd om uit zichzelf mee te denken, Er belt eigenlijk nooit iemand met de vraag: “Zeg, ik heb een mooi plekje gezien op de dijk. Mag ik daar een huis bouwen?” “ Terwijl dat in sommige gevallen wel mogelijk is. Het waterschap trekt er dus op uit en zoekt de mensen op, gaat ondernemender te werk. Een dijkgraaf kan die ontwikkeling stimuleren, maar het kost veel tijd om zo’n grote organisatie daarin mee te krijgen. “Jarenlang werd je als waterschap namelijk afgerekend op ‘efficiëntie’. Maar nu, onder andere door de klimaatverandering, is er meer nodig.” Op de terreinen van het waterschap is bijvoorbeeld ruimte voor 90.000 zonnepanelen en windmolens, als daar draagvlak voor is. De energie die daar opgewekt kan worden, kan het waterschap zelf gebruiken, maar ze kunnen dat ook leveren aan anderen. Het waterschap gaat dan méér doen dan de klassieke taken alleen.

Een graaf in Culemborg
Hoe word je graaf? “Ik heb gewoon gesolliciteerd” vertelt Roelof. Maar de keuze voor een waterschap was wel bewust. “Bij een waterschap heb je verbondenheid met de geschiedenis van Nederland en water. “Wist je dat de Diefdijk historisch onderdeel vormt van een dijk die Zuid-Holland moest beschermen tegen dijkdoorbraken in Gelderland? En zo’n groot werkgebied is ook interessant. Nadat hij vanuit Enschede richting Tiel verhuisde, kwam Roelof met zijn gezin terecht in Culemborg, “Een mooie oude stad, maar ook met goed middelbaar onderwijs en een station.” En een stad met pas versterkte dijken. De werkzaamheden langs de Lek zijn net afgerond. Maar dat geldt zeker niet voor het gehele Rivierenland. De komende jaren is er nog genoeg te doen.