‘Familie’ is een fenomeen waar je niet omheen kunt zodra je de geschiedenis in duikt: iedereen heeft een familiegeschiedenis. De een weet alleen de namen van zijn grootouders nog, de ander kan een hele stamboom opdreunen, compleet met verhalen en anekdotes. Het Historisch Genootschap A.W.K. Voet van Oudheusden zocht voor deze LEK naar verhalen over een roemrucht Culemborgs geslacht: de familie Dresselhuijs. 

Tekst: Michiel Bugter, m.m.v. Peter Schipper 

Bij de naam ‘Dresselhuijs’ denken veel mensen aan Mary Dresselhuys (1907-2004), een bekende Nederlandse actrice. Mary behoorde wel degelijk tot de familie van de Culemborgse Dresselhuijzen, al spelde zij haar naam met een ‘y’. Maar het zijn andere leden van de familie die veel voor Culemborg betekenden.

Trio sigarenfabriek 
Pater familias is Cornelis Willem Dresselhuijs (1834-1912), een echte negentiende-eeuwse ondernemer. Op jonge leeftijd gaat hij op avontuur naar Amerika en komt met een heel klein kapitaaltje weer terug naar Culemborg. Hij begint op 17-jarige leeftijd een sigarenfabriekje, dat uitgroeit tot een tabaksimperium. Onderdeel daarvan is de Trio Sigarenfabriek – waar anno 2018 de Triosingel nog aan herinnert. Dresselhuijs bemoeit zich in Culemborg met alles. Hij is gemeenteraadslid en wethouder – net als een aantal andere liberale industriëlen overigens. Hij zorgt voor zijn personeel, als een goed ‘huisvader’. Zelf krijgt hij vijf zonen en drie dochters bij twee echtgenotes. 

 

Cornelis Willem Dresselhuijs, Culemborgs industrieel en politicus, rond 1910. Het was een indrukwekkende verschijning. Het verhaal ging dat hij in zijn jonge jaren mede door zijn knappe uiterlijk zo succesvol was in het verkopen van zijn sigaren.

 

 

 

 

1891: Dresselhuijs sr. (staand, met bolhoed) en zoon Willem Bernard (met hond) op de voorgrond en om hen heen hun familie van arbeiders. De foto is genomen bij de fabriek, in de tuin van de villa van Dresselhuijs aan de Varkensmarkt (in 2018 ‘Maria Regina’). Ernaast zoon Adriaan op kantoor. 

Casa Blanca & de keizer 

De sigarenfabriek was een echt familiebedrijf. Twee zoons van Cornelis Willem zijn in het begin van de twintigste eeuw actief bij de bedrijfsvoering betrokken. Zoon Willem Bernard was een knap koopman. Behalve in sigaren handelde hij als directeur van de Zambesie Handelscompagnie in uiteenlopende goederen: van aardewerk tot bronwater. Hij liet in 1907 de villa Casa Blanca bouwen.  

De tweede zoon, Adriaan Marie Johan Dresselhuijs, had als bijnaam ‘de Scheur’, omdat hij bij een gevecht een snee over zijn gezicht had opgelopen. Hij was behalve sigarenfabrikant ook consul van de ANWB en protector van het Elisabeth Weeshuis. In 1919 leidde hij zelfs ex-keizer Wilhelm II van Duitsland en zijn echtgenote rond in het Elisabeth Weeshuis.  

 

Een rijk leven! C.W. Dresselhuijs en zijn vrouw bij hun automobiel – een van de eerste in Culemborg. Jagen is in die tijd een normale bezigheid. Een gezelschap rond 1900 met Cornelis Willem links van de paal. Ernaast: A.M.J. Dresselhuijs en A.J. Beltjes terug van de jacht, jaren 1920. De familie verpacht ook visgronden: C.W. Dresselhuijs junior (Cees) met de waarschijnlijk laatste zalm uit de Lek, 1931. 

 

 

 

De Dresselhuijsbank 

Een van de andere zoons van Cornelis Willem schopt het tot Bekende Nederlander: Hendrik Coenraad, geboren in Culemborg in 1870 en overleden in Den Haag in 1926. Hij is in eerste instantie een jurist: advocaat en later rechter. In Den Haag maakt hij carrière als ambtenaar in het gevangeniswezen. In 1916 wordt hij verkozen in de Tweede Kamer. Hij wordt bekend als voorvechter van vrede gedurende de Eerste Wereldoorlog, en als initiatiefnemer voor samenwerking tussen de verschillende liberale groeperingen in de Nederlandse politiek. Wanneer in Den Haag een monument voor hem wordt opgericht, kan Culemborg niet achterblijven. In de Plantage staat daarom nu nog de zogenaamde ‘Dresselhuijsbank’.  

 En Mary dan? Dat zit zo: de jongere halfbroer van Hendrik Coenraad, Cornelis Willem Dresselhuys Jr. (1877-1944), die waarschijnlijk de laatste zalm uit de Lek heeft gevist, was de vader van de actrice Mary. En zo is de cirkel rond.  

 

Over de familie Dresselhuijs en over nog veel meer interessants uit het Culemborgs verleden is te lezen in Kijkend naar Culemborg, het spectaculaire fotoboek dat Voet uitgeeft om te vieren dat de stad in 1318 stadsrechten kreeg. Het boek is tot 31 december 2018 voor de luttele som van 700 eurocenten te koop bij boekhandel Tomey op de Markt in Culemborg. Daarna kost het € 14,95. 

   

 

Lid worden van Voet kan natuurlijk ook. Je ontvangt het boek dan in het beroemde ‘welkomstpakket’. Kijk op www.voetvanoudheusden.nl voor meer informatie.